** An American Tail **

De Geschiedenis van de Staffordshire Bull Terriers.

 Door George. C. Urbanski

Overgenomen uit De Woef  - uitgave januari 1998

De geschiedenis van de Staffordshire Bull Terrier begint een hele tijd terug. De Oude Grieken hielden al grote agressieve honden, waarschijnlijk afstammelingen van de Tibetaanse mastiff. Via Fenische kooplui belandden de honden vanuit Griekenland op de Britse Eilanden. Daar vielen deze mastiffs erg in de smaak. Toen de Romeinse legioenen in de Eerste Eeuw van onze jaartelling de Britse Eilanden veroverden, ontdekten ze dat hun tegenstanders deze reusachtige mastiffs als geducht oorlogswapen gebruikten.

De Romeinen waren meteen gewonnen voor het dier en tijdens de vier eeuwen van Roemeinse overheersing op de Britse Eilanden werden ontelbare honden samen met hun meesters naar Rome gevoerd. Daar werden ze (dieren en mensen) in de arena ingezet tot vermaak van het Romeinse publiek. Een aantal mastiffs werd ook afgericht tot legerhond en trok met de legioenen mee op veroveringstocht. Zo verspreidden de mastiffs zich tot in alle uithoeken van het uitgestrekte Romeinse Rijk. En net zoals het Latijn in het enorme Romeinse Rijk mettertijd uiteenviel in verschillende “dialecten”, die zich later tot de Romaanse talen zouden ontwikkelen, ontstonden er ook variaties binnen de mastiffs, afhankelijk van de voorkeur of de bedoelingen van de eigenaars. Vroege verwijzingen naar een gerichte fok van hondenrassen op de Britse Eilanden vinden we in de literatuur uit de 16 de eeuw. In 1632 al waren een aantal onderscheiden rassen beschreven. Zo had je de Alaunt, die als slagershulpje ossen in bedwang moest houden. De Bandage was een waakhond die aan een ketting werd gehouden. En dan had je de Bulldog, die werd ingezet in stierengevechten. Het ontstaan van deze laatste momenteel meest bekende variëteit is echter niet erg goed gedocumenteerd. George R. Jesse, een bekende Engelse historicus en kynoloog, beweert dat de buldogs selectief werden gefokt uit mastiffs met de bedoeling een soepelere en kleinere hond met bredere kaken en terugwijkende snuiten te fokken. Volgens Jesse zou een hond met een dergelijk hoofd kunnen ademen terwijl hij tijdens het gevecht in de neus van de stier beet. Andere bronnen beweren dan weer de buldogs ontstonden uit kruisingen van de gewelddadige Schotse honden van het “Blue Paul”-type met de al even onvervaarde Alaunts uit Ierland. Hoe dan ook, tegen de 17 de eeuw hadden de bulldogs een duidelijk ontwikkelde soort. Natuurlijk waren er toen nog geen shows of standaarden. Het uiterlijk en de grootte van de honden varieerde nogal en je kon moeilijk van een “echt’ ras spreken. Waarschijnlijk zou je de hond van toen nog moeilijk als een buldog herkennen. Toch waag ik me aan een beschrijving van de kenmerken van deze vroege bulldoggen. Het was ongetwijfeld een echte atleet, ontzettend sterk, wendbaar en snel. Met de moderne buldog had het dier eigenlijk maar één ding gemeen: het waren – dixit Richard Stratton – allebei honden….

Waarschijnlijk leek deze vroege bulldog nog het meest op de huidige American Staffordshire Terriers met korte gesneden oren. Hun hoofd leek dan weer meer op dat van een boxer.

Stierengevechten ontstonden in het Oude Griekenlanden waren via de Romeinen ook op de Britse Eilanden beland. In de Kretenzische stad Minos werd de god Mithras vereerd in de vorm van een jonge vechtlustige stier. De mensen geloofden dat als ze de stier overwonnen ze in latere veldslagen onoverwinnelijk werden. De ceremonie waarin de stier werd bedwongen, werd uitgevoerd met de hulp van honden (blijkbaar vertrouwden de tweebeners toch niet te veel op hun eigen kracht alleen). In veel veroverde Romeinse gebieden werd het stierengevecht erg populair, maar nu zonder religieuze inslag. In Spanje overleefde het gebruik tot vandaag, maar ook in Engeland was het eeuwenlang het geliefde amusement van alle klassen in de samenleving. Toen in 1559 de Franse ambassadeur ontvangen werd aan het hof van Koninging Elizabeth, werd hij vergast op een uitgebreid diner, gevolgd door een show met stieren- en berengevechten. De populariteit van de “sport” bereikte een hoogtepunt tijden de regering van koninging Anne (1655- 1714). Ook de lagere klassen waren dol op het stierengevecht, maar dat brak er niet echt als “sport”  door, voornamelijk door de hoge kosten verbonden aan de organisatie ervan. Daarom ontwikkelde zich tijden de 18 de eeuw bij het gewone volk een goedkoper amusement: hondengevechten. Waarom zou je de vechtlustige honden niet gewoon tegen elkaar in plaats van tegen een stier laten vechten?

Het kostte niet veel en je had veel minder plaats nodig. Maar in 1835 keurde het Britse parlement de “Human Act”  goed, die alle bloederige praktijken buiten de wet stelde. Een aantal fanatieke aanhangers probeerde de stierengevechten nog een tijdje clandestien te organiseren, maar dat werd een sisser. Je kon dit soort activiteiten nu eenmaal moeilijk verborgen houden. Als gevolg daarvan werden de goedkopere en kleinschalige hondengevechten nog populairder. Ze werden gehouden in achterzaaltjes van cafés en in kelders. Vanuit de traditie van de stierengevechten zat men met een groot aantal honden van het buldog-type. Die waren erg dapper, maar vochten vrij passief. Het was leuk (nou ja…) om stieren in bedwang te houden, maar bij honengevechten wilde het publiek wat meer spektakel. Daarvoor moesten de wendbaarheid en de snelheid van de honden nog worden opgevoerd en dat bereikte men onder andere dor de honden kleiner te maken. Om die hondse gladiator te crëren, ging men op zoek naar een ras om mee te kruisen. ZO belandde men bij de Terriers van die tijd. Die waren altijd in twee richtingen gefokt. De hogere klasse fokte de dieren voor hun jachtcapaciteiten en die geschiedenis is behoorlijk bekend. Maar bij het begin van de 19 de eeus waren terriers voornamelijk honden voor de armen. De gewone man had het in die tijd niet erg makkelijk. Een van de problemen waarmee hij werd geconfronteerd, waren knaagdieren, voornamelijk ratten. Het probate middel daartegen waren ….. terriers. Klein, handig snel en levendig zorgden ze zelf voor hun kostje en hielden tegelijk het huis van hun baasje vrij van ongedierte. Ze grepen niet alleen ratten en muizen, maar ook vossen en haviken die de kippen belaagden, belandden soms tussen hun tanden. En bovendien konden ze hun baasjes ook een aardige cent opbrengen. Tegen het einde van de 18 e eeuw waren rattengevechten een heel populaire sport bij het gewone volk. Een hond werd met een aantal ratten in een speciale put gestopt en moest in een gegeven tijd zoveel mogelijk ratten doodbijten. De hond die de meeste ratten doodde, werd uitgeroepen tot winnaar en zijn baasje kreeg een – vaak aanzienlijke – geldsom.

Twee types van terriers bleken in dit soort competities uit te blinken: de Black and Tan terrier en de English White terrier. De eerste bestaat nu nog in een lichtjes gewijzigde vorm als de Manchester Terrier, de tweede verdween bij het begin van de 20 e eeuw. Hij leek een beetje op een Manchester Terrier, maar zijn hoofd was breder en zijn kaken waren sterker.

We nog altijd niet wie er als eerste op het idee kwam om de hogergenoemde terriers met een bulldog te kruisen. Wel weten we dat het in de mijnstreek van Staffordshire in Midden-Engeland gebeurde. Het resultaat van die kruisingen was de Bull and Terrier en die werd al heel snel populair bij de liefhebbers van hondengevechten. De nieuwe variëteit leek wel de beste eigenschappen van de bulldog en de terriers te hebben overgeërfd. Ze waren kleiner en dus makkelijker te houden en goedkoper te voeden dan de bulldogs. Ze hadden beweeglijkheid van de terriers en de kracht van de bulldogs behouden, en zo konden ze, ondanks hun kleinere gestalte, vaak de grotere en zwaardere bulldogs overwinnen. De voor terriers typische bravoure en snelle bewegingen maakte hen ook geliefd bij de rattengevechten. Dankzij deze nieuwe hond nam de populariteit van honden- en rattengevechten nog toe en in de eerste helft van de 19 e eeuw kon je nauwelijks een Engelse pub vinden die in zijn achterzaaltje of kelder geen ring had ingericht. In Staffordshire was het niet ongewoon om ’s avonds de mannen met de hond onder hun arm naar de pub te zien stevenen.

Voor de bulldog, die toch de helft van zijn genen aan de nieuwe lieveling had geschoken, zag de toekomst er minder rooskleurig uit. Hij leek zijn bestaansreden kwijt te zijn en zijn aantal nam erg snel af. Ddat hij niet uitstierf heeft hij te danken aan de mops, die in het midden van de 19 e eeus vanuit China in Engeland werd geïntroduceerd. De nieuwkomer werd al snel een gegeerd statussymbool bij de adel, al vonden sommigen hem wat klein. Daarom werd het ras gekruist met de oorspronkelijk bulldog en dat resulteerde inw at wij nu als de Engelse Bulldog kennen. Het is niet meer dezelfde hond als zijn voorganger, maar hij heeft wel de legendarische moed behouden. Ook de Bull and Terrier leende zijn bloed aan een nieuw ras. In de jaren vijftig van de negentiende eeuw had James Hinks een nieuw ras gecreeërd door de Bull and Terrier te kruisen met Dalmatiërs en Spaanse Pointers. Het nieuwe ras viel erg in de smaak en werd al in de jaren 80 van de negentiende eeuw door de Engelse Kennel Club erkend onder de naam Bull Terrier. Die snelle erkenning van het ras als showhond redde Bull Terrier van de vechtring. Maar het lijdt geen twijfel dat de vechtlust in zijn genen aanwezig.

In de tweedehelft van de 19 e eeuw kwam er in de Engelse samenleving een beweging op gang die zich verzette tegen de mishandeling van de dieren (een soort Gaia avant-la-lettre, zeg maar). Met succes blijkbaar, want de populariteit van de hondengevechten nam af.

Dat redde heel wat honden het leven, maar maakte de Bull and Terrier wel werkloos. Bij het begin van de 20 e eeuw waren ze zeldzaam geworden. Alleen bij de mijnwerkers van Staffordshire slaagdenm ze erin te overleven. Daarom ook werd het ras dat de Kennel Club in 1935 erkende, officieel als Staffordshire Bull Terrier geregistreerd. De liefhebbers van het ras hadden het moeilijk met die benaming en tenslotte gaf de Kennel Club toe. Ze besloot dat de Bull and Terrier in de vechtring thuishoorde en niet geschikt was als showhond. Een vreemde beslissing als je bedenkt hoe snel de Bull Terriers erkend werden.

Professor Steve Stone was een van de eerste liefhebbers in de Verenigde Staten. In 1966, toen hij in Finland verbleef , kocht hij zijn eerste Staffordshire van de bekende Engelse fokker John F. Gordon. Door d einspanningen van porfessor Stone en zijn aanhangers raakte de Staffie wat bekender in Amerika. Een niet onaardige prestatie, gezien eht succes van gelijkaardige rassen als de American Pit Bull Terrier op dat moment. In 1972 richtte Stone in Pasadena, California, de Staffordshire Bull Terrier Club of America op en vijf jaar later nam de American Kennel Club het ras op in haar “Miscellaneous Group”. In 1975 tenslotte werde de Staffie erkend en mocht hij aantreden in de Terrier Group.

Door gen gedrag, hun overschrikkenheid en hun enorme trouw aan hun meesters zijn Staffordshire Bull Terriers erg populair geworden in Engeland en Australië. Ook in andere zitten ze in de lift. De Staffordshire Bull Terrier is de ideale hond voor eeng ezette dertiger met afnemende spierkracht en toenemende buikomtrek, die graag zelf atletisch wil bezig zijn en die wens bij zijn hond in vervulling ziet gaan. Iemand als ik dus…..

 

 

George C. Urbanski.

 

Geraadpleegde werken:

  • Fleig, Dieter

History of the Fighting Dog

  • Gilmoure, Danny

The Complete Staffordshire Bull Terrier

  • Gordon, John F.

Staffordshire Bull Terrier

  • Nicholas, Anna

Staffordshire Bull Terriers

  • O’Neill, Jacqueline

The American Pit Bull Terrier

  • Pounds V.H. & Lilian V. Rant

Staffordshire Bull Terriers

  • Stratton, Richard F.

The World of the American Pit Bull Terrier

  • Stratton, Richard F.

This is the American Pit Bull Terrier

Staffjoy's | Staffordshire Bull Terriers | h.janssen40@upcmail.nl