Artikel uit februari 1957 (!!!) uit de Hondenwereld. Auteur is de heer K. van der Bend. Hoewel algemeen wordt verondersteld dat de Staffordshire Bull Terrier in de begin jaren zeventig van de vorige eeuw voor het eerst ten tonele verscheen in Nederland blijkt uit dit artikel dat dit dus niet juist is.  Wij danken De Hondenwereld hartelijk voor het verlenen van hun toestemming dit artikel te mogen plaatsen.

Ch. Gentleman Jim, een van de eerste Engelse kampioenen

 

De Staffordshire Bull Terrier

Nu de Staffordshire Bull Terrier bij zijn intrede in Nederland zoveel belangstelling bleek te trekken, lijkt mij het juiste ogenblik gekomen dit ras eens wat uitgebreider aan de Nederlandse kynologie voor te stellen, daarbij beginnend met zijn beruchte verleden.

Omstreeks 1822 wordt voor het eerst van ‘Bull-and-Terriers’, later van ‘Bull Terriers’ gesproken. De naam geeft al aan dat het hier kruisingen betrof tussen Bulldoggen en Terriers en wel de oude Engelse Bulldog (wiens verschijning meer aan de huidige Boxer doet denken) met waarschijnlijk de Old English Terrier (men neemt aan dat de black and tan of Manchester Terrier de moderne, meer gracieuze uitloper is van dit reeds lang uitgestorven ras).

Dit overigens geen onomstreden punt. Er bestaat ook een theorie die staande houdt dat de oude Engelse bulldog met verschillende terrierachtige typen gekruist zou zijn, waarbij het bulldoggenbloed verreweg de doorslag gaf.

Hoe dit ook zij, naar mijn mening past de huidige Stafford meer in de rij der dogachtigen dan in die der terriers, al blijft de combinatie van de karakteristieke eigenschappen deze beide rassengroepen het ideaal.

Vanaf 1209 werd de Bulldog (een lictere uitgave van de oude Mastiff of Mastyve, die vermoedelijk weer een afstammeling is van de Griekse Molossuo) gebruikt voor de ‘Bull-Baiting’. Volgens de legende was Earl Warren, Lord van Stamford, toen hij zag dat een stier door een troep honden werd aangevallen, zo enthousiast over dit schouwspel, dat hij een Bull-ring liet uitzetten waar de slagers hun te slachten stieren moesten brengen om zo geregelde Bull-Baiting-festijnen mogelijk te maken.

Deze sport heeft enige eeuwen lang de pulcike belangstelling weten te trekken, totdat in 1835 bij de Humane Act Bull Baiting in het openbaar werd verboden. Deze Humane Act danken wij aan hetgeen tegenwoordig de R.S.P.C.A. heet, de Engelse dierenbescherming.

Als gevolg van dit verbod ging men langzamerhand meer over tot het organiseren van z.g dog-pits, waar twee honden tegenover elkaar in het strijdperk traden.

Hiervoor voldeed de Bulldog niet: vasthoudendheid, moed en kracht bleken niet de enige voorwaarden die men aan een goede vechthond dient te stellen. Zo werd terrierbloed gebruikt om bewegelijkheid en felheid aan deze kwaliteiten toe te voegen. In tegenstelling tot de Bull Baiting was het hondengevecht een typische volkssport die met name door de arbeiders van Zuid-Staffordshire beoefend werd. Anecdotes en beschrijvingen van de sadistische uitspatiingen, zoals die vooral in de beruchte Westminster Pit plaats hadden, danken wij aan Pierre Egan, die ook de naam ‘Bull Terriers’, introduceerd in Animals of Sporting 1822.

Een Paliamentaan Act maakte een einde aan de dog-pits, hoewel men de ‘liefhebberij’ daarna illegaal nog voortzette.

VAN DE LAATSTE TIJD

Omstreeks 1930 kwam de  nieuwe tendens; het fokken voor tentoonstellinge. Hierbijs peelde Mr. Joe Dunn (Old Cross Guns) de meest vooraanstaande rol. In 1935 werd het ras erkend door de kennelclub. Zes lijnen zijn in de fokkerij belangrijk gebleken, de J-, M-, L-, R-, B-, en C-line.

Daarvan zijn de meeste prominente de J-line (Fearless Joe) en de M-line (Brindle Mick). Aan de eerste danken we winners als Ch. Brindle Mac en de witte Ch. Sandra’s Boy, aan de laatste b.v. Ch. Brigands Rosun, Ch Constones Cadet, Ch. Fearless Rer of Banditsom, slechts enkele te noemen. Men ziet in Engeland nog steeds twee koptypen, de spitsere (terrierachtig) en de meer dogachtige.

Hiermee hangt weer samen de kwestie van hoog- en laagbenigheid van de Stafford. De laatste tijd bestaat er een neiging het zwaarder en lager op de benen te fokken, een verschijnsel waarover een schrijver-specialist als Major Count Hollender zich zorgen maakt, omdat de Staffordshire dan ongetwijfeld aan snelheid en bewegelijkheid, die zo typerend voor hem zijn, zal moet inboeten.

DE STANDAARD

Het hoofd is wel het belangrijkste punt van verschil met de Engelse bull terrier. Het is korter, vang 1/3 van de totale hoofdlengte, zeer zware kaakspieren. Rozen- of half prikoor. Ogen rond, tamelijk wijd uiteen, naar voren gericht. Sterke stop. Het hoofd is wigvormig van boven zowel als van terzijde gezien. Schaargebit. Het lichaam is als van de Engelse bull terrier, doch iets kleiner. De staart wordt in een boog omlaag gedragen: als een ouderwetse ‘pumphandle’ zoals de Engelsen zeggen. Het karakter is doorgaans feller dan dat van zijn meer bekende neef, hoewel men bang is dat het ras reeds iets van zijn ‘gameness’dreigt te verlizen.

Overigens worden, als bij alle rassen, de wilde verhalen ruimschoot overdreven. De moderne Staffordshire is een zeer hebbelijke, zelden blaffende huishond.

DE POPULARITEIT VAN DE STAFFORDSHIRE BULL TERRIER
Zijn populariteit neemt na de oorlog gestadig toe. Werkte men vroeger nog met honderden registraties per jaar, tegenwoordig gaat dat met duizenden. In 1949 werden er 2.357 geregistreerd, waarmede het ras de vijfde plaats innam onder de sporting terriers.

Zijn athletische verschijning en sportief gedrag nemen hem voor de hondenliefhebber in, terwijl velen zijn natuurlijker hoofd boven dat van de Engelse Bull Terrier prefereren.

Reeds verscheidene malen heb ik mensen horen zeggen: Ik vind een Boxer wel mooi, maar ik ben tegen couperen, of ‘een Bull Terrier zou me wel ijken als die ‘varkenskop’ er niet op zat’.

Zonder ook maar iets ten nadele van genoemde rassen (die ik zelf ten zeerste waardeer ) te willen zeggen, zou ik mensen die er zo over denken willen aanraden, zich een Stafford aan te schaffen. Dat zijn charmes het Engelse hondenpubliek niet ontgaan bewees de Staff op de laatste Cruft’s Show met zijn circa 70 inschrijvingen, daarmee het aantal entries van Engelse Bull Terriers met bijna het dubbele slaande.

 

EEN ERVAREN FOKKER AAN HET WOORD

De heer Alan Greenwood, eigenaar van de bekende Bellerophon Kennels, was zo vriendelijk enkele belangrijke punten, die in Engeland onderwerp van discussie onder fokkers bleken te zijn, aan het slot van deze bijdrage in het kort te willen behandelen.

  1. Wat is het juiste temperament

Alle antwoorden op deze vraag betreffen de agressiviteit en ontembare ‘spirit’ van de Staffordshire. Er is echter nog meer dan dat. Ik zou b.v. mijn pups nooit als goede waakhonden durven adverteren, hoewel de uitzondering de regel bewijst.

Het ligt niet in zijn aard agressief tegen mensen te zijn, zonder welke hij onmogelijk zou kunnen leven. Maar wanneer het er om gaat het hoofd te bieden aan een ander dier, dan kent hij geen vrees. Mijn vrouw en ik hebben eens in het donker twee vechtende Staffordshire uit elkaar gehaald, die ondanks hun opwinding nog oppassen onze onbeschermde handen niet te verwonden. Fel tegen zijn soortgenoten en zacht voor de mensheid dus.

  1. HOE MEN EEN STAFFORDSHIRE KLAARMAAKT VOOR DE TENTOONSTELLING
    Als de hond acht weken oud is beginnen we hem op de tafel te laten staan, hiermee moet reeds op jeugdige leeftijd begonnen worden om een van nature levendige hond als de Staffordshire enigte tijd achtereen rustig ‘in stand’ te leren staan als dit van hem verlangd wordt. De staart moet in een fijne punt uitlopen. Eerst halen we het dikste haar er met de schaar af, waarna het met de tondeuse wordt afgewerkt. Men moet wel oppassen niet te veel aan de bovenkant weg te nemen. Soms wordt de staart dan nog met schuurpapier afgewerkt, wat niet strikt noodzakelijk is.

Het verdere onderhoud van de vacht is eenvoudig: met de blote hand stug over het haar wrijven, dat van nature reeds een prachtige glans heeft. Soms wordt ook een ‘glove-brush’gebruikt met hard borstelhaar aan de ene en pits-fluweel aan de andere kant. Wil een hond zich absoluut niet tonen, dan is het raadzaam de hond niet te voeren vlak voor men naar de tentoonstelling gaat. Wanneer U met hem in de ring staat doe dan net of hond U niet interesseert en ga wat chocolade eten. Het resultaat is meestal goed.

HET SCHEIDEN VAN VECHTENDE STAFFORDSHIRES

Er worden in dit verband veel methoden aangeraden: met water werken e.d. Een middel dat practisch nooit faalt is wurging. Nooit slaan!

Zelfs wanneer een Stafford helemaal niet opgewonden is, is pijn iets wat – slthans physiek – weinig indruk op hem maakt. De wurgmethode hebben we toegepast op twee razende Staffordshires. Toen we ze uit elkaar hadden moesten we ze allebei met koud water weer bij brengen. Een methode dus, die met voorzichtigheid toegepast dient te worden. Zodra de aken van elkaar gaan om te ademen, moet men de honden uit elkaar trekken en de snoeren banden los laten. Ik hoop dat een en ander zal bijdragne tot grotere belangstelling voor de Staffordshire Bull Terrier in ons landL

Met het oog hierop zullen de twee Nederlandse Staffordshire “Longtonion Active”van de heer Van Gaasbeek en mijn “Springrise Anchor” zich op onze shows laten zien wanneer zij daartoe de gelegenheid hebben, wat helaas niet vaak het geval is.

Wilt  U nog wat meer over het ras weten? Schrijft u dan naar Graséelaan .. Amstelveen of Cliviastraat.. Den Haag.

Voor belangstellenden nog een greep uit de literatuur:

John F. Gordon, F.Z.C. – The Staffordshire Bull Terrier Handbook.

Major V.C Count Hollander – The Staffordshire Bull Terrier

Mito D. Dentinger – The complete Pitbull or Staffordshire Terrer

           (Handelende over de Amerikaanse variëteit)

Voor de gelukkige die het nog te pakken kan krijgen: H.N. Beilby – The Staffordshire Bull Terrier. Een boek dat niet meer gedrukt wordt.

Auteur K. van der Bend

 

Informatie over De Hondenwereld is te vinden op het internet: www.compassomedia.nl

Staffjoy's | Staffordshire Bull Terriers | h.janssen40@upcmail.nl