Onderstaand bieden wij u een artikel aan over de Staffordshire Bull Terrier dat eerder is verschenen in 1996 in het Belgische blad "DE WOEF", uiteraard heeft Staffjoy's van de redactie van de WOEF en mevrouw Nora Snyers (auteur) toestemming gekregen dit artikel te mogen plaatsen waarvoor onze hartelijke dank. Het oorspronkelijke artikel wordt vergezeld van mooie foto's i.v.m. copyright hierop worden deze hier niet weergegeven, uiteraard kunt u via de WOEF nog het nummer aanvragen waarin dit artikel is gepubliceerd. Ondanks geen foto's, absoluut de moeite van het lezen

De Staffordshire Bull Terrier

 EEN VROLIJK VAT BUSKRUIT

In de woonkamer wordt een teefje op me losgelaten en dat moet je letterlijk opvatten: ze bespringt me, overweldigt me, zoent me en likt, likt, springt over me heen, op mijn knieën en er weer af tot ze zich naast me op de divan op haar rug zich legt en verwacht dat ik haar buik en ribbenkast streel. De hele happening wordt overgoten door opgewonden gehijg en gesnurk.

Ik moet even bekomen. De fokkers mompelen dat ze nogal enthousiast is en proberen haar van me weg te krijgen. Niet nodig natuurlijk, ik had immers zelf gezegd: “Laat ze toch los, ik ben hier voor de honden, ik wil weten hoe ze reageren op bezoeken”. Nu weet ik het en ik haal een zakdoek boven. Als alle bull-en-terriërs zijn ze verliefd op de hele mensheid.

Het teefje blijft even liggen met een enorme grijns om haar brede mond en begint een seconde later mijn oren nat te likken, de kamer rond te springen en aan de tuindeur tegen de honden in de veranda te blaffen. Alles blijkbaar tegelijk. Verbazingwekkend.

Of ik een andere Staffie wil beleven? Het teefje wordt in een hok gestopt dat tegen de muur klaarstaat, ze vindt het niet leuk, maar laat zich toch gewillig opsluiten. Nu merk ik ook dat diverse uitgangen van de woonkamer van een laag hek zijn voorzien. Dergelijke voorzieningen kom je enkel in hondenhuishoudens tegen.

De zwarte en geweldige reu blijkt er dezelfde levensstijl op na te houden als het teefje: zotte vreugde, natte likjes, veel gehijg en gespring.

Terwijl het teefje hier en daar nog iets wit toonde, lijkt hij volledig glanzend zwart te zijn. De fokker toont mij echter enkele donkere bruine strepen op de rug: hij is dus “dark brindle” (donker gestroomd). Een geweldige kereltje die reu, met zijn anderhalf jaar zwaar, oerstevig en breed.

 EROP EN EROVER

Wat mij het meest opvalt aan Staffiehoofden zijn de ogen, die recht naar voren staan en toch zonder de minste twijfel terrierogen zijn, eerder klein in verhouding tot de schedel en qua uitdrukking vol deugnieterij en trouwhartigheid. In fel contrast daarmee staan de brede kaken. Die vertellen een ander verhaal, het zijn doggenkaken, bull-kaken en ze voorspellen niet veel goeds voor wie ertussen geraakt. De voorsnuit is mossel noch vis, te smal voor een echte bull, te breed en te kort voor een terrier. Er zitten geen grote terriertanden in. Met zo’n grijpkaken is dat misschien niet nodig. De oren zijn kleine bull-oortjes maar ze staan soms nogal raar, wijzen naar twee verschillende windstreken. De huid is glad over de schedel en kaken getrokken, net of ze eigenlijk een maatje te klein is. Een merkwaardig hoofd. Heeft het de goedmoedigheid van een mannetje met bolle wangetjes? Gaat er integendeel een dreiging, een belofte van verplettering uit van die brede kaken? De ogen bekijken je frank. De goedmoedigheid van de bull, van de dog zit er niet in. Hier is een hond zonder omwegen, een hond die geen halve maatregelen kent.

“Nog hondjes zien?”, vraagt de fokker. De reu wordt veilig opgeborgen voor de verandadeur geopend wordt en twee teefjes binnenduikelen. Dubbele bestorming. Ze beschouwen mij en de divan waarop ik zit als een soort Agilityhindernis: je springt erop, erover, eronder, je draait errond, je loopt naar een kamerhoek en vandaar neem je een reuze aanloop…. Ze hebben er deugd van en geven me tussendoor natte vegen van hun warme tong. Dit tweetal, moeder en dochter, kan het goed met elkaar vinden en zij worden dus samen gehouden. “Tot hiertoe tenminste gaat alles goed”, zucht de fokker. Hij weet maar al te goed hoe zelden twee Staffordteven elkaar kunnen verdragen. Het tweetal hier is voorbeeldig, de dochter likt met overtuiging de oren van mam schoon, hier is liefde overal.

 SPANNINGEN

In dit huis leven drie Staffordteven en twee reuen die, op de moeder en dochter na, zorgvuldig uit elkaar gehouden moeten worden. “We leven hier dus altijd in zekere spanning”, zegt de fokker. Ik vraag me af hoe de honden hierover denken. Gaan ze gebukt onder de aanwezigheid van de anderen? Of is het voor hen een spelletje, a way of life, die drang om de huisgenoten tussen de tanden te krijgen? Is het jaloersheid of gewoon zin in een robbertje? Het is een situatie die heel wat terrierfokkers kennen, een woonkamer met meer dan 1 fox terrier erin is ook ondenkbaar.

Maar Staffiefokkers willen geen buitenkennels met allemaal apart Staffies erin, het is de Engelse traditie Staffies in huis te houden dicht bij hun mensen. “Wij hebben allemaal heel weinig honden” zegt de fokker, “en houden hen uit elkaar, wij leven inderdaad altijd onder een zekere stress en mogen nooit vergeten deuren en poortjes zorgvuldig te sluiten. Het is geen pretje twee Staffies uit elkaar te halen……”

Terwijl hij dat zegt,neemt hij een teefje op dat zich direct zalig in zijn armen nestelt en mij daarbij lodderig en grijnzend bekijkt, wat een clown! Staffies worden duidelijk aanbeden door hun mensen en ze vinden dat blijkbaar heel normaal. Wanneer ik naar het teefje naast mij op de divan kijk, begint haar staart onmiddellijk heftig heen en weer te wiegen en ze geeft vriendelijk bromgeluidjes. Ik betast haar stevige lichaam, de brede voorhand, de forse nek, de korte glanzende vacht. Klassiek mooi kan ik zo’n

Staffie niet vinden, maar ze hebben een heel eigen charme en zijn merkwaardig in hun dualiteit: een halve bull en een halve terrier maakt samen een vrolijk vat buskruit. Alleen mensen kunnen zo’n mengsel bedenken.

 KONINKLIJKE SPORT

Alleen mensen waren om te beginnen in staat de bull te selecteren met zijn platte snoet en onverzettelijke greep, om de terrier te selecteren met zijn grote tanden en de overmoed om olifanten aan te vallen. De natuur redeneert anders. Voorouder wolf is voorzichtig, denkt om het eigen lijfsbehoud, vecht alleen wanneer hoognodig en leeft in vrede met zijn roedelgenoten. De strijd om het naakte bestaan eist al zijn energie op.

De mens integendeel heeft geselecteerd tot hij twee bijna-mirakels kreeg, wezens met ware doodsverachting en altijd klaar om tot het uiterste te gaan voor hun mensen. En dan is hij op het idee gekomen om die twee uitersten te mengen…..

Zo eenvoudig is eigenlijk de geschiedenis van de bull-en-terrierrassen.

Elk boek over de Staffie begint met de antieke dog, komt samen met de Romeinen terecht in Engeland en denkt er niet over ook maar iets over de terrier te vertellen.

Er waren, schrijft men, altijd grotere en kleinere doggen, korte snuiten en bijna platte snuiten. Van in de Middeleeuwen begon men de platsnoeten te gebruiken om stieren op te jutten voor ze geslacht werden, zogezegd om het vlees zachter te maken (hoe zat dat met koeievlees?). ZO ontstond een ware cultus. De bulldoggen, dat werd uiteindelijk hun naam, werden niet alleen tegenover stieren, maar ook tegenover beren en dassen gezet. Een “koninklijke” sport” die een bloederig spoor over het hele Europese continent trok. Elke auteur vertelt dan, duchtig geïllustreerd, hoe zo’n gevechten verliepen. Ik bespaar u het relaas.

Pas in 1835, nadat derlijke “sportieve” activiteiten allang overal elders verboden waren, stemde het Engelse parlement de wet die georganiseerde dierengevechten in Engeland verbood. En toen ging men in de clandestiniteit en men schakelde over op hondengevechten, die men makkelijker voor de wet verborgen kon houden. En zo ontstond de bull-en-terrier.

Nu wordt het voor de absolute bullenfan een beetje lastig, want nu moet hij toch iets over die terriers zeggen, al was het maar om te verklaren waarom de hond bull terrier heet.


VECHTMACHINE

Sommige proberen er zich uit te redden door erop te wijzen dat anderhalve eeuw geleden de bulldog er helemaal niet uitzag als de huidige (dat is absoluut waar): hij was slanker, stond hoger op de benen en was slechts een lichte ondervoorbijter, zijn hoofd leek eerder opdat van de huidige boxer (die ook van een bullenbijter afstamt) dan op het overtypische hoofd van de hedendaagse bulldog. Dus, redeneren zij, hoefde men maar in de andere richting te selecteren, hoogstens één of twee kruisingen en hup de zaak is geklaard, daar is de bull terrier.

En ze loven de moed van de bulldog op de stier, bewonderen in de eerste plaats het feit dat hij niet opgeeft, dat hij, ook dodelijk verwond, zijn greep nooit opgaf. Dat zal allemaal wel waar wezen, maar als ik de vele oude auteurs erop nalees in hun verhalen over de terrier en zijn wapenfeiten op vos, das, everzwijn en otter, dan ontmoet ik dezelfde moed (om niet te zeggen overmoed) tegenover gevaarlijk weerbare vijanden (en die niet door een ketting weerhouden werden zoals beer en stier). Dezelfde doodsverachting, hardnekkigheid, hardheid tegenover pijn. Dezelfde wrede selectiemethodes van de mens, wat een seconde aarzelde, verdween al als kleine pup.

Rasfanaten zouden veel wijzer worden als ze zich ook eens verdiepten in de oude auteurs die andere rassen in hun primaire functie beschrijven!

De hoogbenige terriers werden verondersteld kilometers ver te kunnen lopen over ruw terrein, te kunnen zwemmen, graven en springen en werden dus bijzonder “sound”  geselecteerd, kwaliteiten die naast hun vechtlust en temperament de liefhebbers van “sportieve” gevechten moeten aangetrokken hebben. Men zoch naar middelen om die gevechten spectaculairder, gevarieerder, kortom “aangenamer” voor de toeschouwer te maken. Men bracht de twee populairste helden samen, de trots van de jagers, de trots van de gewone man en probeerde een superhond te scheppen.

DUBBELE ERFENIS

Arme hond, drager van alle frustraties, alle projecties van de “liefhebbers”, van hun drang naar roem en geld, naar absolute macht en doodsverachting. De grote winnaars werden mythische helden, de verliezers kregen een steen om de nek, en hup het water in…..

Arme hond met die dubbele erfenis aan durf en moed, die dubbele bekwaamheid tot ongevoeligheid voor pijn (toch zolang het gevecht duurde), behept met die dubbele liefde voor de mensen, want elke selectie had er duchtig voor gezorgd bijzonder mensvriendelijke individuen te kiezen. Dus, hoe gevaarlijker voor elkaar, hoe machtiger de hond, hoe meer aandacht er besteed werd aan de mensgerichtheid. Niemand wil gebeten worden door zijn eigen hond en de kinderen moeten veilig zijn.

Zo moet het gebeurd zijn, de oude auteurs kunnen natuurlijk niet precies zeggen welke terriers gebruikt werden. Tijdens die fusie bestonden er nog geen officiële rassen noch vaste herkenbare benamingen. Waarschijnlijk koos men gladharen, maar ook dat is niet eens zeker. Temperament en reputatie van de honden zullen wel de doorslag gegeven hebben. Waarschijnlijk bestonden de infame hondengevechten allang voor het verbod van 1835 en de praktijk is helaas blijven voortbestaan tot vandaag. Pas enkele jaren voor de Wereldoorlog II heeft de Kennel Club de Staffie willen registreren (de bull terriers werden al geregistreerd sinds 1860!) Er is dus tijd genoeg geweest voor alle mogelijke experimenten en doseringen. Hoeveel van wat er nu precies in de huidige geregistreerde Staffies zit, zullen we wel nooit weten.

 PIT BULL

Tekenend is de naam “bull terrier”. Niemand twijfelde dus aan de samenstelling, tekenend is ook de toevoeging “Staffordshire”, niet alleen bedoeld als onderscheid met de anders geëvolueerde bull terrier, Staffordshire is ook terrierland. The Black Country, the Midlands, dat is waar het rijk van de meeste terrier begint. Vooral eind vorige eeuw trokken veel honden van het type Staffie de Atlantische Oceaan over en evolueerden in Amerika tot de beruchte Pit Bull (zowel een van de populairste familiehonden in de Verenigde Staten, grote kindervriend, als de hond die nog altijd actief in de “pit” (arena) is. Uit die Pit Bull puurde men de American Staffordshire Terrier, erkend door de AKC. Opnieuw een Staffie!. Er zijn op dit ogenblik dus drie geregistreerde bull-en-terrierrassen plus de niet geregistreerde pit bulls (die evenwel een eigen registreerorgaan hebben in de USA, hun kwalijke reputatie is veroorzaakt door criminele individuen die de hond speciaal conditioneren). Een duidelijke conclusie nu: de bull-en-terrierrassen beschikken over een dubbele erfenis die hen maakt, zowel tot mentaal en fysiek de beste vechters van de hele hondenwereld als tot de hartelijkste mens- en kindvriendelijke wezens van die hele hondenwereld.

Die laatste eigenschap echter kan door brutale conditionering en brainwashing aangetast worden. Het is dus zaak deze vechters met gouden hart niet in verkeerde handen te brengen. Met dat gouden hart hebben veel mensen die deze rassen niet kennen het moeilijk. Zij zien die onverbiddelijke krachtige tronie en vergeten naar de ogen te kijken. Deze honden hebben de mensen lief, zo hebben diegenen die ze ontworpen hebben het gewild. Zij deden dat voor hun eigen veiligheid, het moest mogelijk blijven de honden voor, tijdens en na het gevecht te manipuleren met de blote hand. De honden konden ook zonder problemen van eigenaar veranderen, wat toen heel vaak gebeurde.

MYTHISCHE FIGUREN

De Staffiemensen zeggen dat hun hond het originele bull-en-terrier recept is, zuiver afstammend van honden die tot aan de erkenning door de Kennel Club als apart ras nog af en toe illegaal getest en gebruikt werden in de “pit”. Bijna 60 jaar zijn sindsdien verlopen, 60 jaar waarin de Staffie niet meer op functie, maar volgens een raspuntenstandaard geselecteerd werd. Die Standaard echter is zonder twijfel opgesteld door mensen die voldoende kennis hadden van de functie, maar is in de latere jaren “geïnterpreteerd” door mensen die die functie uitsluitend vanuit de verhalen kenden en die de vrije loop konden laten aan persoonlijk voorkeur en ideeën. Of de Staffie nu echt nog is wat hij was in zijn vechtersdagen? Van eerstaf was er discussie over de schofthoogte en gewicht. Er was weinig uniformiteit, in de pit werden honden tegenover elkaar uitgebracht van gelijk gewicht en zonder twijfel was er een ideale verhouding tussen gewicht en schofthoogte om in de pit goed te functioneren, een verhouding die de oude “liefhebbers” wel kenden, maar niet die nieuwe “standaard”-fokkers. Die nieuwe Kennel Club-fokkers, die hun honden niet meer lieten vechten en zich beroesden aan de verhalen over heldenmoed in de pit, die hun honden beschouwden als afstammelingen van als het ware mythische figuren, die fokkers wilden dat hun honden tenminste hun kracht toonden, ook al mochten ze haar niet gebruiken. De Standaard vraagt gepsierd. O.K. we selecteren honden met dikke korte spieren. Brede voorhand? O.K, we zorgen voor heel breed. Brede borstkas? O.K., ribben zo rond als we kunnen. Het resultaat is een Staffie waarvan de verhouding gewicht/schofthoogte veranderd is, hij is zwaarder en lager bij de grond dan zijn oorspronkelijke voorouder. Met andere woorden: het dogachtige in hem is benadrukt ten koste van het terrierachtige. Gelukkig verkiest de Standaard een schaargebit, anders was ozne Staffie geëindigd met bijna een hedendaags bulldoggenhoofd.

 TIENKAMPER

Alle dogachtigen hebben in meerdere of mindere mate problemen met de achterhand, die altijd neiging heeft te licht, te zwak te zijn tegenover de voorhand en dat toont zich onvermijdelijk in een weinig schitterend gangwerk. Zo ook de Staffie. “Wat geeft het”, is de redenering, “in de pit moest hij toch niet rondlopen!”. Inderdaad, maar zonder sterke achterhand waarmee de vechter zich kan schrapzetten en afduwen, kan geen gevecht worden gewonnen…. Die oude “liefhebbers” wisten wat ze deden toen de bull kruisten met de terrier, die traditioneel wel een sterke achterhand heeft. Ik zou de moderne Staffie willen vergelijken met een gewichtheffer die formidabel dikke korte spieren heeft en statisch is, terwijl het originele recept zonder twijfel op de menselijke vechter, de bokser, leek, met goed ontwikkelde, maar eerder lange en platte spieren. Alle sporten die kracht en uithoudingsvermogen vragen (de hondengevechten konden wel uren duren) moeten goed ontwikkelde maar lange spieren en geen overdreven borstkassen hebben. Het ideale voorbeeld is hier wellicht de menselijke tienkamper, een forse kerel harmonieus gebouwd en nergens een centimeter of een gram teveel. In dat opzicht lijkt mij de American Staffordshire Terrier iets harmonieuzer en dichter bij het origineel gebleven.

 CULTUS

De Staffie is in Engeland de populairste terrier en dat zegt heel veel over zijn prachtige karakter, hij is de familiehond bij uitstek in arbeidersgezinnen. Ook in Nederland en Zuid-Afrika is hij populair, maar in België is hij nauwelijks bekend. Net als de Zwitserse honden heeft de Staffie zijn eigen brede halsbanden en lijnen met daarop koperen symbolische figuren: de Staffordknoop, de roos van Lancaster of York enz. Alles handwerk natuurlijk. Ik zei het al, rond de Staffie is een hele cultus gegroeid. Elke familie, particulier zowel als fokker, heeft de Staffie in huis, niet in de kennel. Wie een Staffie in zijn leven binnenhaalt, laadt een grote verantwoordelijkheid op zich, hij moet het feit aanvaarden dat deze hond graag met soortgenoten vecht en zodra een gevecht is begonnen, is het heel moeilijk te stoppen. Gevechten moeten dus worden voorkomen. De pup moet om te beginnen correct opgevoed en vooral gesocialisserd worden met tolerant reagerende volwassen honden. Dat vraagt tijd, aandacht en inzicht. Wie dat niet kan opbrengen, kiest beter een makkelijker ras. Net als elke terrierpup durft ook de Staffie te grommen, hij is eigenzinnig en hyperactief, het is dus kwestie deze zaken niet door de vingers te zien en jezelf als leider op te stellen. Zo jong mogelijk moet hij met vreemden en vooral allerlei honden in contact gebracht worden. Volwassen honden die normaal reageren op een pup en een goed geleide puppyklas zijn hiervoor ideaal. Slechte ervaringen honden die aanvallen enzo, moeten absoluut worden vermeden. De Staffie die nooit een reden of excuus gekregen heeft om een robbertje te vechten, is ideaal. Eenmaal de smaak te pakken…

 OPPASSEN MET SPEELGOED

Je laat geen Staffie loslopen waar ook andere honden zijn. Tenzij je weet dat hij onmiddellijk komt als je roept…. Een gehoorzaamheidscursus is heel nuttig, maar verwachtgeen plotse slaafse gehoorzaamheid, dat kan een Staffie niet opbrengen. Omdat de Staffie zo zelfverzekerd is en de hele mensheid liefheeft, is hij geen ideale waakhond. Maar in geval van nood zal hij huis en mensen verdedigen tot het uiterste en er desnoods zijn leven voor opofferen, daar kan je donder op zeggen. Omdat de kracht van kaken zo geweldig is, moet je erg oppassen met het speelgoed dat je hem geeft, nomale hondenspeeltjes zijn waarschijnlijk te licht voor hem zodat hij ze stuk krijgt en inslikt. Het is mogelijk een Staffiereu en een Staffieteef samen te houden, maar wees er toch maar niet zo gerust in en laat ze nooit samen alleen zonder toezicht. De fokkers spreken uit eigen moeizame ervaring. Voor je eigen gemoedsrust:ben je niet thuis, hou dan je Staffies gescheiden en laat ze ’s nacht apart slapen. Een Staffie samen met een hond van een ander ras is al een stuk veiliger.

 STAMBOOM IS GEEN BEWIJS

In Engeland waar de infame Dangerous Dogs Act de oorlog verklaard aan de Pit Bull en aan elke hond die er ook maar enigszins op lijkt, heeft de Staffie op dit ogenblik een moeilijk bestaan. Hij moet zich gedeisd houden, die nieuwe wet is zo geformuleerd dat het bijna volstaat dat iemand beweert dat een hond hem heeft doen schrikken opdat die hond kan worden opgepakt en door een rechter ter dood worden veroordeeld!

Engeland heeft voor altijd zijn faam als hond- en diervriendelijke natie verloren. Het volstaat daar dat iemand zo’n Staffie bekijkt en beweert dat het een Pit Bull is. De eigenaar moet dan maar zien te bewijzen dat het er geen is. Stamboompapieren zijn volgens de rechters geen echt bewijs. Wat zijn ze dan wel? Niemand die dat weet. De Engelse Kennel Club heeft de grove fout begaan de Pit Bull niet te verdedigen, omdat zij die niet erkent…. En nu merken ze dat ze niet eens in staat zijn hun eigen geregistreerde honden te verdedigen. Dus, particulieren en kynologische organisaties: verdedig élke hond, élk hondenras, alleen op die manier heb je je eigen honden verdedigd.

De Staffie is een zalige hond om te hebben, de terrier in hem is in staat zich aan alles aan te passen en hij is altijd klaar voor een grapje en speelt graag met kinderen. De dog in hem is goedmoediger en sentimenteler en heeft een gouden hart. Maar de Staffie is ook eigenzinnig en vooral: je moet verhinderen dat hij het aan de stok krijgt met soortgenoten. Normaal gezien is het een gezonde en vitale hond, al moet je wel uitkijken voor HD en voor de bullenerfenis, die kan leiden tot een te lang zacht gehemelte en tot een overgevoeligheid voor warmte.

Heb je zin in een Staffie? Wees zeer selectief in de keuze van de fokker, bekijk goed zijn volwassen honden en de manier waarop hij met hen omgaat. Is het je eerste Staffie, kies dan niet direct de meest actieve en dominante pup, neem de tijd die nodig is om die pup behoorlijk op te voeden en dan zul je aan je Staffie nog veel plezier beleven.

Staffjoy's | Staffordshire Bull Terriers | h.janssen40@upcmail.nl